Vogels in de alpen E-mailadres
Geschreven door Wim de Lange   

Alpenheggenmus
Prunella collaris
De Alpenheggenmus komt voor in de Alpen daarnaast ook in bergachtige gebieden in Spanje, Zuid-Frankrijk, Italië, de Balkan en de Karpaten en Azië, boven 1500 meter. De alpenheggenmus is een vogel die broedt in de alpiene zone van hoog gebergten en wordt gebouwd in gaten, scheuren en spleten. Een legsel bestaat meestal uit 4 of 5 eieren. De broedtijd loopt van eind mei tot juli. Sommige paren broeden tweemaal per jaar. De ouders broeden beiden op het nest, en wisselen mekaar met regelmaat af. De jongen verlaten het nest na ongeveer 15 dagen. Bron: vogelplein en wikkipedia
Steenarend
Aquila chrysaetos
De steenarend is een roofvogel uit de familie van arendachtigen (Sperwers, Accipitridae). De steenarend kan een lengte hebben van 75 cm tot 89 cm met een spanwijdte tot 240 cm. Het voedsel van de SteenArend bestaat voornamelijk uit aas, vogels en zoogdieren tot de grootte van een ree. Deze foto is gemaakt op een roofvogelschow in Bregenz Oostenrijk. De Steenarend of ook wel genoemd SteinAdler heb ik diverse keren gezien in het Nationalpark Hohe Tauern .
Baardgier
Gypaetus barbatus
De Baardgier ook wel lammergier genoemd, is een roofvogel uit uit de familie van sperwerachtigen (Accipitridae). De Baardgier kan een lengte hebben van 105 - 125 cm en de spanwijdte loopt van 231 - 285 cm.. Het voedsel van de Baardgier bestaat uit botten en vlees van dode zoogdieren, reptielen en vogels. Botten worden geheel genuttigd. De Baardgier laat de botten vanaf grote hoogte laten vallen zodat deze splijten en merg gegeten kan worden. Deze foto is genomen bij de Martin Busch Hutte.
Alpenkauw
Pyrrhocorax graculus
De alpenkauw behoort tot de kraaiachtigen (Corvidae). De alpenkauw wordt circa 37 cm groot. Alpenkauw en alpenkraai lijken sterk op elkaar: ze hebben allebei de gitzwarte verentooi en de roze of rode poten gemeen. De slanke, lange, gebogen snavel van de alpenkauw is echter geel. Bij de alpenkraai is de snavel rood. Alpenkauwen broeden uitsluitend in hooggebergte, boven de boomgrens, vanaf minimum 1500 meter. Ze broeden in, meestal kleine, kolonies. Die kolonies bestaan vaak maar uit enkele paren